Zeven tips voor een tuin vol bijen en vlinders
Een tuin die zoemt en fladdert is niet alleen mooi om naar te kijken, hij helpt ook de natuur in je buurt. Bijen en vlinders hebben het moeilijk door verstening, eentonig groen en bestrijdingsmiddelen. Het goede nieuws is dat elke tuin, groot of klein, een verschil kan maken. Je hoeft er geen expert voor te zijn en ook geen grote verbouwing te plannen.
Hieronder vind je zeven praktische tips die je stap voor stap kunt toepassen. Sommige kosten een middagje werk, andere vragen vooral dat je wat minder doet dan je gewend bent.
Kies voor inheemse planten
Tip 1: geef inheemse planten een plek. Veel wilde bijen en vlinders zijn in de loop van duizenden jaren afgestemd op planten die hier van nature voorkomen. Sommige bijensoorten verzamelen zelfs alleen stuifmeel van één plantenfamilie. Exotische siergewassen met gevulde bloemen zien er weelderig uit, maar leveren vaak weinig nectar of stuifmeel op.
Tip 2: zorg voor bloei van vroeg in het voorjaar tot laat in de herfst. Een tuin die in mei vol bloemen staat maar in augustus kaal is, laat insecten juist in een drukke periode in de steek. Combineer daarom soorten met verschillende bloeimomenten. Een paar voorbeelden om mee te beginnen:
- Wilgenkatjes en sleedoorn voor het vroege voorjaar
- Grote kattenstaart en wilde marjolein in de zomer
- Koninginnekruid en knoopkruid voor vlinders in de nazomer
- Klimop als late nectarbron in de herfst
Minder tegels, meer grond
Tip 3: haal tegels weg en vervang ze door beplanting. Een versteende tuin biedt insecten nauwelijks voedsel of schuilplek. Begin klein: wip een rij tegels langs de schutting eruit, maak een plantvak rond een boom of verander een deel van het terras in een bloemenborder. Je wint er meteen iets extra bij, want onbestrate grond neemt regenwater beter op en houdt je tuin koeler tijdens hete zomers.
Vergeet ook de randjes niet. Kale, zonnige stukjes zand of grond zijn ideaal voor grondbijen, die hun nestjes in de bodem graven. Een klein open plekje tussen de planten is voor hen al genoeg.
Laat de tuin wat wilder zijn
Tip 4: ruim minder op. Uitgebloeide stengels, een hoopje bladeren en een stapel takken lijken rommelig, maar zijn voor insecten waardevolle schuil- en overwinteringsplekken. Veel vlinders overwinteren als ei, rups of pop in de vegetatie. Wacht daarom tot het voorjaar met snoeien en laat een hoekje helemaal ongemoeid. Wil je meer lezen over duurzame keuzes in en rond het huis, dan vind je op https://duurzaamheidblogs.nl verschillende artikelen over dat onderwerp.
Tip 5: zorg voor water. Bijen en vlinders hebben op warme dagen ook dorst. Een ondiepe schaal met wat kiezelstenen erin, zodat ze kunnen landen zonder te verdrinken, is al voldoende. Ververs het water regelmatig, zeker in de zomer.
Een insectenhotel dat echt werkt
Tip 6: hang een goed gemaakt insectenhotel op. Niet elk hotel uit de winkel is geschikt. Let op gaatjes met een gladde binnenkant en een diameter tussen ongeveer drie en tien millimeter, die aan de achterkant dicht zijn. Gespleten hout en rafelige randen beschadigen de vleugels van bijen. Dennenappels en stro in de vakjes trekken vooral spinnen en oorwormen aan, wat niet erg is, maar weinig doet voor bijen.
Hang het hotel op een zonnige, beschutte plek, bij voorkeur op het zuiden of zuidoosten, op zo’n één tot twee meter hoogte. Zorg dat er bloeiende planten in de buurt staan, want een hotel zonder voedsel in de omgeving blijft leeg. Je kunt ook zelf een blok hardhout nemen en daar gaatjes in boren.
Stop met gif
Tip 7: laat bestrijdingsmiddelen staan. Insecticiden maken geen onderscheid tussen bladluis en bij, en ook onkruidbestrijders halen juist de wilde planten weg waar insecten van leven. Bladluizen verdwijnen vaak vanzelf zodra lieveheersbeestjes, zweefvliegen en vogels hun weg naar je tuin vinden. Geef de natuur een seizoen de tijd om dat evenwicht te herstellen.
Koop je nieuwe planten, vraag dan bij de kweker of ze zonder chemische middelen zijn opgekweekt. Biologisch geteelde planten voorkomen dat je ongemerkt resten van gif je tuin in haalt.
Klein beginnen, groot effect
Je hoeft niet alle tips in één keer uit te voeren. Begin met een paar tegels eruit en een handvol inheemse planten, en kijk wat er gebeurt. Vaak zie je al binnen een seizoen meer bezoekers: een hommel op de marjolein, een citroenvlinder bij de koninginnekruid. Zo groeit je tuin stap voor stap uit tot een plek waar jij en de insecten allebei van genieten.
